Als ik dood ga…

Als ik dood ga, huil maar niet

ik ben niet echt dood moet je weten

het is maar een lichaam dat ik achterliet

dood ben ik pas als jij die bent vergeten.

En als ik dood ga, treur maar niet

ik ben niet echt weg moet je weten

het is de heimwee die ik achterliet,

dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik dood ga, huil maar niet

ik ben niet echt dood moet je weten

het is het verlangen dat ik achterliet

dood ben ik pas als jij dat bent vergeten

dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

Bram Vermeulen

AFSCHEID NEMEN VAN EEN VRIEND (CLOUSEAU)

Alles is voorgoed gedaan

Als jij er klaar voor bent

'k Heb aan je zijde gestaan

O God, ik heb je graag gekend

Ik blijf nu hier jij gaat naar daar

En daar is niet zover van hier

We spreken af, ik weet niet waar

En daar ontmoeten we elkaar

Zonder jou tikt de klok even snel

Maar de tijden veranderen wel

Dus ik neem afscheid, jij moet nu gaan

Weet dat je in m'n hart altijd blijft voortbestaan

Slaap zacht, je hebt het verdiend

Je vocht tot aan je laatste zucht

En ga, ga nu m'n vriend

En droom voor eeuwig opgelucht

Net zoals vroeger kom je wel terecht

Ik weet je vindt een thuis heel gauw

En ik herhaal wat jij me ooit hebt gezegd

In m'n hart blijf ik je trouw

Zonder jou...

En ik weet ik zou dankbaar moeten zijn

Maar precies daarom doet het zo'n pijn

Zonder jou...

JIJ

 datum dat jij jarig bent,

de avond van Oudjaar

dat zijn van die extra moeilijke

en zo zijn er nog een paar.

Maar toch is dat het ergste niet;

je bereidt je erop voor.

Je wapent je, je zet je schrap

en zo kom je er wel door.

Nee, ’t moeilijkst is als onverwacht

’t verleden binnendringt.

Als iemand iets over je vraagt,

of muziek van toen, plots klinkt.

Een geur, een woord of een gebaar

waarin ik jou herken,

laten me pijnlijk voelen

hoe kwetsbaar ik nog ben.

(Ina van der Beek)

VOOR EEN DAG VAN MORGEN

Wanneer ik morgen doodga,

vertel dan aan de bomen

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,

die in de bomen klimt

of uit de takken valt,

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind

dat jong genoeg is om het te begrijpen.

Vertel het aan een dier,

misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen,

vertel het aan de stad

hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,

ze zouden je niet geloven.

Ze zouden niet willen geloven dat

alleen maar een man

alleen maar een vrouw

dat een mens een mens zo liefhad

als ik jou.

ZONSONDERGANG

De zon zakt weg, het duin moet blozen.

Ik klim erop en kijk van boven

naar beneden op het strand.

Twee mensen, klein als poppen, lopen daar.

Stoppen soms even, doen iets met elkaar.

Kussen misschien?

Ik kan het niet goed zien.

Was jij maar hier, dan gingen we naar daar.

Lopen langs de zee, hand in hand.

Vanaf het duin gezien zo klein als poppen

En nooit meer stoppen, met lopen,

stilstaan, kussen.

Wind ertussen.

Johanna Kruit

ZONDER JOU (Annie M.G. Schmidt)

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.

Er staat maar zo weinig meer in.

De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.

Waarom? Wat heeft het voor zin?

De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.

Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.

De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:

leeg, zonder jou.

Dat zonder jou nog een lente bestaat

met ooievaars en met bloemen,

dat er een meidoorn in bruidstooi staat,

is zonder meer tactloos te noemen.

En wat is het nut van een lindenlaan,

als wij er samen niet langs kunnen gaan?

Langs alle heggetjes bloeit wilde roos

nutteloos, zinneloos.

De wereld is wonderlijk leeg zonder jou.

Er staat maar zo weinig meer in.

De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.

Waarom? Wat heeft het voor zin?

De merel zit zachtjes te zingen in ‘t groen.

Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.

De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:

leeg, zonder jou.

LEG STIL JOU HANDEN 

Leg stil jouw handen

Om mijn droef gezicht

En veeg het duister uit mijn ogen

De dagen hebben mij zo vaak

bedrogen, dat enkel schaduw

hangt in mijn gedicht

zo simpel was toch steeds mijn

klein verlangen, het kind te

blijven dat ik ben

maar altijd weer als ik mezelf

herken, is er geen zonlicht

dat me op wil vangen

geef mij wat woorden die ik

kan verstaan

zodat ik met mezelf kan spreken

of neem mijn hand

als zwijgend teken dat jij

dezelfde weg wilt gaan

je hoeft me verder niets te geven

ik zal opnieuw uit jou ontstaan

je gaat me zo persoonlijk aan

dat ik in jou kan verder leven …

Johanna Kruit

Vandaag begraaf ik jou in mij

 

Vandaag begraaf ik jou in mij

niet in de aarde, niet in die kist

niet bij die bomen in de ochtendmist.

Daar ben jij niet, jij bent veilig in mij.

Vandaag begraaf ik jou in mij

niet bij die steen daar in die lange rij

al die oude namen, daar hoor jij niet bij.

Nee vandaag begraaf ik jou in mij.

Dan kan ik met je praten en antwoord geven

dan blijf jij leven in mijn leven

hier neem m’n ogen en kijk met mij

neem m’n voeten en loop met mij.

We gaan naar huis nu, wij allebei.

Vanaf vandaag leef jij in mij.

Vandaag begraaf ik jou in mij

ik zal je niet zoeken waar jij niet bent.

Blijf maar bij ons hier, waar je iedereen kent.

Jouw plaats aan tafel hou ik voor je vrij.

We zullen lachen en weer plannen maken

ik zal met je slapen en met jou ontwaken.

Hier neem m’n mond en lach met mij

neem mijn handen en voel met mij.

Wat je nog doen wou doe ik erbij.

Vanaf vandaag leef jij in mij.

Haal weg dat kruis en al die witte bloemen

verscheur die krant waarin ze jouw naam noemen

hier neem mijn ogen en kijk met mij

neem mijn hart en leef met mij

want jouw dood is nu voorbij, vanaf vandaag leef jij in mij.

Ik zal twee levens leven met jou in mij.